Privacybeleid

Herhaling lessen 1 tot en met 50

- Niets wat ik zie betekent iets.
De reden waarom dit zo is is dat ik niets zie, en niets heeft geen betekenis. Het is noodzakelijk dat ik dit erken, opdat ik mag leren zien. Wat ik nu denk te zien neemt de plaats van visie in. Ik moet dit laten gaan door te beseffen dat het geen betekenis heeft, zodat visie haar plaats mag innemen.
- Ik heb wat ik zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft.
Ik heb alles waar ik naar kijk beoordeeld. En het is dit en slechts dit wat ik zie. Dit is niet visie. Het is slechts een illusie van werkelijkheid, omdat mijn oordelen volledig buiten de werkelijkheid om zijn gemaakt. Ik ben bereid het gebrek aan deugdelijkheid van mijn oordelen in te zien, omdat ik wil zien. Mijn oordelen hebben mij pijn gedaan, en ik wil niet overeenkomstig hen zien.
- Ik begrijp niets van wat ik zie.
Hoe zou ik kunnen begrijpen wat ik zie wanneer ik het verkeerd heb beoordeeld? Wat ik zie is de projectie van mijn eigen gedachtenfouten. Ik begrijp niet wat ik zie omdat het niet te begrijpen is. Het heeft geen zin om te proberen het te begrijpen. Er is daarentegen alle reden het te laten gaan, en plaats te maken voor wat kan worden gezien en begrepen en bemind. Ik kan wat ik nu zie hiervoor inwisselen, simpelweg door bereid te zijn dit te doen. Is dit niet een betere keuze dan degene die ik voorheen heb gemaakt?
- Deze gedachten hebben geen enkele betekenis.
De gedachten waarvan ik mij bewust ben hebben geen enkele betekenis omdat ik zonder God probeer te denken. Wat ik "mijn" gedachten noem zijn niet mijn werkelijke gedachten. Mijn werkelijke gedachten zijn de gedachten die ik denk met God. Ik ben mij niet van hen bewust omdat ik "mijn" gedachten heb gemaakt om hun plaats in te nemen. Ik ben bereid in te zien dat "mijn" gedachten geen enkele betekenis hebben, en hen te laten gaan. Ik kies ervoor hen te laten vervangen door wat zij bedoeld waren te vervangen. "Mijn" gedachten zijn zonder betekenis, maar alle schepping ligt in de gedachten die ik denk met God.
- Ik ben nooit van streek om de reden die ik denk.
Ik ben nooit van streek om de reden die ik denk omdat ik voortdurend probeer "mijn" gedachten te rechtvaardigen. Ik probeer ze voortdurend waar te maken. Ik maak alles tot mijn "vijand," zodat mijn woede gewettigd is en mijn aanvallen gerechtvaardigd. Ik heb mij niet gerealiseerd hoezeer ik alles wat ik zie heb misbruikt door het deze rol toe te kennen. Ik heb dit gedaan om een gedachtensysteem te verdedigen dat mij pijn heeft gedaan, en dat ik niet langer wil. Ik ben bereid het te laten gaan.

- Ik ben van streek omdat ik zie wat daar niet is.
Werkelijkheid is nooit beangstigend. Het is onmogelijk dat ze mij van streek kan maken. Werkelijkheid brengt slechts volmaakte vrede. Wanneer ik van streek ben, is het altijd omdat ik de werkelijkheid heb vervangen met illusies die ik heb verzonnen. De illusies zijn van streek makend omdat ik hen werkelijkheid heb gegeven, en dus de werkelijkheid als een illusie beschouw. Niets in Gods schepping is op enigerlei wijze beïnvloed door deze verwarring van mij. Ik ben altijd van streek om niets.
- Ik zie alleen het verleden.
Terwijl ik om mij heen kijk, veroordeel ik de wereld die ik aanschouw. Ik noem dit zien. Ik houd het verleden tegen alles en iedereen, hen tot mijn vijanden makend. Wanneer ik mezelf heb vergeven en mij heb herinnerd wie ik ben, zal ik iedereen en alles wat ik zie zegenen. Er zal geen verleden zijn, en daarom geen vijanden. En ik zal met liefde kijken op alles wat ik voorheen faalde te zien.
- Mijn geest wordt door gedachten uit het verleden in beslag genomen.
Ik zie alleen mijn eigen gedachten, en mijn geest wordt door het verleden in beslag genomen. Wat, dan, kan ik zien zoals het is? Laat mij onthouden dat ik naar het verleden kijk om te voorkomen dat het heden in mijn denken begint te dagen. Laat mij begrijpen dat ik tijd tegen God probeer te gebruiken. Laat mij leren het verleden weg te geven, beseffend dat ik door zo te handelen niets opgeef.
- Ik zie niets zoals het nu is.
Als ik niets zie zoals het nu is, kan er waarlijk worden gezegd dat ik niets zie. Ik kan alleen zien wat nu is. De keuze is niet het verleden of het heden te zien; de keuze is louter al of niet te zien. Wat ik heb gekozen te zien heeft mij visie gekost. Nu wil ik opnieuw kiezen, opdat ik mag zien.
- Mijn gedachten hebben geen enkele betekenis.
Ik heb geen privé gedachten. Toch zijn het alleen privé gedachten waarvan ik mij bewust ben. Wat kunnen deze gedachten betekenen? Zij bestaan niet, en daarom betekenen zij niets. Toch is mijn geest deel van de schepping en deel van zijn Schepper. Zou ik mij niet liever met het denken van het universum verenigen dan alles wat werkelijk van mij is te verduisteren met mijn armzalige en betekenisloze "privé" gedachten?

- Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien.
Daar de gedachten waarvan ik mij bewust ben niets betekenen, kan de wereld die zij afbeelden geen betekenis hebben. Dat wat de voortbrenger is van deze wereld is krankzinnig, en eveneens dat wat het voortbrengt. Werkelijkheid is niet krankzinnig, en ik heb werkelijke gedachten zowel als krankzinnige. Ik kan daarom een werkelijke wereld zien, als ik naar mijn werkelijke gedachten kijk als mijn gids om te zien.
- Ik ben van streek omdat ik een betekenisloze wereld zie.
Krankzinnige gedachten zijn van streek makend, zij brengen een wereld voort waarin nergens orde is. Slechts chaos regeert een wereld die chaotisch denken vertegenwoordigt, en chaos kent geen wetten. Ik kan niet in vrede in zo'n wereld leven. Ik ben dankbaar dat deze wereld niet werkelijk is, en dat ik haar helemaal niet hoef te zien tenzij ik ervoor kies haar waarde te geven. En ik kies er niet voor waarde te geven aan wat totaal krankzinnig is en geen betekenis heeft.
- Een betekenisloze wereld veroorzaakt angst.
Het totaal krankzinnige veroorzaakt angst omdat het compleet onbetrouwbaar is, en geen basis voor vertrouwen biedt. Niets in waanzin is betrouwbaar. Het biedt geen veiligheid en geen hoop. Maar zo'n wereld is niet werkelijk. Ik heb haar de illusie van werkelijkheid gegeven, en heb onder mijn geloof daarin geleden. Nu kies ik ervoor om dit geloof in te trekken, en mijn vertrouwen in de werkelijkheid te plaatsen. Door hiervoor te kiezen, zal ik aan alle gevolgen van de wereld van angst ontsnappen omdat ik erken dat zij niet bestaat.
- God heeft geen betekenisloze wereld geschapen.
Hoe kan een betekenisloze wereld bestaan als God deze niet heeft geschapen? Hij is de bron van alle betekenis, en alles wat werkelijk is is in Zijn Geest. Het is tevens in mijn geest, omdat Hij het met mij heeft geschapen. Waarom zou ik blijven lijden onder de gevolgen van mijn eigen krankzinnige gedachten, wanneer de volmaaktheid van de schepping mijn thuis is? Laat mij de kracht van mijn beslissing herinneren, en herkennen waar ik werkelijk verblijf.
- Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt.
Wat ik ook zie reflecteert mijn gedachten. Het zijn mijn gedachten die mij vertellen waar ik ben en wat ik ben. Het feit dat ik een wereld zie waarin lijden en verlies en dood zijn toont mij dat ik alleen maar de afbeelding van mijn krankzinnige gedachten zie, en niet toesta dat mijn werkelijke gedachten hun weldadig licht werpen op wat ik zie. Toch is Gods weg zeker. De beelden die ik heb gemaakt kunnen niet tegen Hem zegevieren daar het niet mijn wil is dat zij dat doen. Mijn wil is de Zijne, en ik zal geen andere goden voor Hem plaatsen.

- Ik heb geen neutrale gedachten.
Neutrale gedachten zijn onmogelijk omdat alle gedachten kracht hebben. Zij zullen of een valse wereld maken of mij naar de werkelijke leiden. Maar gedachten kunnen niet zonder gevolgen zijn. Zoals de wereld die ik zie uit mijn denkfouten verrijst, zo zal de werkelijke wereld voor mijn ogen verrijzen wanneer ik mijn fouten laat corrigeren. Mijn gedachten kunnen niet noch waar noch vals zijn. Zij moeten het één of het ander zijn. Wat ik zie toont mij welke zij zijn.
- Ik zie geen neutrale dingen.
Wat ik zie getuigt van wat ik denk. Als ik niet dacht zou ik niet bestaan, omdat leven gedachte is. Laat mij de wereld die ik zie beschouwen als de weergave van mijn eigen geestestoestand. Ik weet dat mijn geestestoestand kan veranderen. En daarom weet ik tevens dat de wereld die ik zie eveneens kan veranderen.
- Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn zien.
Als ik geen privé gedachten heb, kan ik geen privé wereld zien. Zelfs het absurde idee van scheiding moest gedeeld worden voordat het de basis kon vormen van de wereld die ik zie. Toch was dat delen een delen van niets. Ik kan ook een beroep doen op mijn werkelijke gedachten, die alles met iedereen delen. Zoals mijn gedachten van scheiding de scheidingsgedachten van anderen oproepen, zo wekken mijn werkelijke gedachten de werkelijke gedachten in hen op. En de wereld die mijn werkelijke gedachten mij tonen zal zowel in hun als in mijn blikveld dagen.
- Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn gedachten.
Ik ben in niets alleen. Alles wat ik denk of zeg of doe raakt heel het universum. Een Zoon van God kan niet vruchteloos denken of spreken of handelen. Hij kan in niets alleen zijn. Het is daarom in mijn kracht om ieders geest samen met de mijne te veranderen, want de kracht van God is de mijne.
- Ik ben vastbesloten te zien.
De gedeelde natuur van mijn gedachten herkennend, ben ik vastbesloten te zien. Ik zal de getuigen aanschouwen die mij tonen dat het denken van de wereld is veranderd. Ik zal het bewijs aanschouwen dat wat door mij heen werd gedaan in staat heeft gesteld angst te vervangen door liefde, huilen te vervangen door lachen, en verlies te vervangen door overvloed. Ik zal de werkelijke wereld aanschouwen, en haar mij laten onderwijzen dat mijn wil en de Wil van God één zijn.

- Ik ben vastbesloten om dingen anders te zien.
Wat ik nu zie zijn slechts tekenen van ziekte, onheil en dood. Dit kan niet zijn wat God voor Zijn welbeminde Zoon heeft geschapen. Juist het feit dat ik zulke dingen zie is het bewijs dat ik God niet begrijp. Daarom begrijp ik ook Zijn Zoon niet. Wat ik zie vertelt mij dat ik niet weet wie ik ben. Ik ben vastbesloten de getuigenissen van de waarheid in mij te zien, in plaats van diegene die aan mij een illusie van mijzelf tonen.
- Wat ik zie is een vorm van wraak.
De wereld die ik zie is nauwelijks de weergave van liefdevolle gedachten. Het is een beeld van aanval op alles en door alles. Het is alles behalve een weerspiegeling van de Liefde van God en de liefde van Zijn Zoon. Het zijn mijn eigen aanvalsgedachten die dit beeld doen verrijzen. Mijn liefdevolle gedachten zullen mij verlossen van deze waarneming van de wereld, en mij de vrede geven die God voor mij heeft bestemd.
- Ik kan aan deze wereld ontsnappen door aanvalsgedachten op te geven.
Hierin ligt mijn verlossing, en nergens anders. Zonder aanvalsgedachten zou ik geen wereld van aanval kunnen zien. Gelijk vergeving toestaat dat liefde in mijn bewustzijn terug keert, zal ik een wereld van vrede en veiligheid en vreugde zien. En het is dit wat ik verkies te zien, in plaats van wat ik nu aanschouw.
- Ik neem niet mijn eigen hoogste belangen gewaar.
Hoe zou ik mijn eigen hoogste belangen kunnen herkennen wanneer ik niet weet wie ik ben? Wat ik denk dat mijn hoogste belangen zijn zou mij alleen maar meer aan de wereld van illusies binden. Ik ben bereid de Gids te volgen die God mij gegeven heeft om uit te vinden wat mijn eigen hoogste belangen zijn, inziend dat ik hen niet zelf kan waarnemen.
- Ik weet niet waar iets toe dient.
Voor mij, is het doel van alles te bewijzen dat mijn illusies over mijzelf werkelijk zijn. Het is voor dit doel dat ik alles en iedereen probeer te gebruiken. Het is hiervoor dat ik geloof dat de wereld dient. Daarom herken ik haar werkelijke doel niet. Het doel dat ik aan de wereld heb gegeven heeft tot een beangstigend beeld ervan geleid. Laat mij mijn geest openen voor het werkelijke doel van de wereld door het doel dat ik eraan heb gegeven terug te nemen, en de waarheid over haar te leren.

- Mijn aanvalsgedachten vallen mijn onkwetsbaarheid aan.
Hoe kan ik weten wie ik ben wanneer ik mijzelf als onder voortdurende aanval zie? Pijn, ziekte, verlies, ouderdom en dood schijnen mij te bedreigen. Al mijn hopen en wensen en plannen lijken overgeleverd te zijn aan de genade van een wereld die ik niet kan beheersen. Toch zijn volmaakte veiligheid en volkomen vervulling mijn erfenis. Ik heb getracht mijn erfenis weg te geven in ruil voor de wereld die ik zie. Maar God heeft mijn erfenis veilig voor mij bewaard. Mijn eigen werkelijke gedachten zullen mij leren wat het is.
- Bovenal wil ik zien.
Inziend dat wat ik zie reflecteert wat ik denk dat ik ben, besef ik dat visie mijn grootste behoefte is. De wereld die ik zie getuigt van het angstige karakter van het zelfbeeld dat ik heb gemaakt. Als ik mij wil herinneren wie ik ben, is het essentieel dat ik dit beeld van mezelf laat gaan. Als het door waarheid is vervangen, zal visie mij zeker worden gegeven. En met deze visie zal ik de wereld en mezelf met barmhartigheid en liefde aanschouwen.
- Bovenal wil ik anders zien.
De wereld die ik zie houdt mijn angstige zelfbeeld in stand, en verzekert haar continuïteit. Terwijl ik de wereld zie zoals ik haar nu zie, kan de waarheid mijn bewustzijn niet binnentreden. Ik zal de deur achter deze wereld voor mij laten openen, zodat ik eraan voorbij mag zien naar de wereld die de Liefde van God weerspiegelt.
- God is in alles wat ik zie.
Achter elk beeld dat ik heb gemaakt, blijft de waarheid onveranderd. Achter elke sluier die ik over het gelaat van liefde heb getrokken, blijft haar licht ongedimd. Voorbij al mijn krankzinnige wensen is mijn wil verenigd met de Wil van mijn Vader. God is nog steeds overal en in alles voor altijd. En wij die deel van Hem zijn zullen echter voorbij alle verschijningen kijken, en de waarheid achter hen allen herkennen.
- God is in alles wat ik zie, want God is in mijn geest.
In mijn eigen geest, achter al mijn krankzinnige gedachten van scheiding en aanval, is de kennis dat alles voor altijd één is. Ik heb de kennis van Wie ik ben niet verloren omdat ik haar ben vergeten. Zij is voor mij bewaard in de Geest van God, Die Zijn Gedachten niet heeft verlaten. En ik, die onder hen ben, ben één met hen en één met Hem.

- Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie.
Hoe kan ik het slachtoffer zijn van een wereld die geheel ongedaan kan worden gemaakt als ik zodanig kies? Mijn ketenen zijn losgemaakt. Ik kan ze afwerpen, louter door dat te wensen. De gevangenisdeur is open. Ik kan vertrekken door gewoon naar buiten te lopen. Niets houdt mij in deze wereld. Alleen mijn wens om te blijven houdt mij gevangen. Ik wil mijn krankzinnige wensen opgeven, en eindelijk het zonlicht inlopen.
- Ik heb de wereld die ik zie bedacht.
Ik heb de gevangenis verzonnen waarin ik mezelf zie. Al wat ik hoef te doen is dit te herkenen, en ik ben vrij. Ik heb mezelf misleid in het geloof dat het mogelijk is de Zoon van God gevangen te zetten. Ik heb mij pijnlijk in dit geloof vergist, dat ik niet langer wil. De Zoon van God moet voor altijd vrij zijn. Hij is zoals God hem heeft geschapen, en niet wat ik van hem wil maken. Hij is waar God wil dat hij is, en niet waar ik dacht hem gevangen te houden.
- Er is een andere manier van naar de wereld kijken.
Aangezien het doel van de wereld niet hetgene is die ik eraan heb toegeschreven, moet er een andere manier zijn van kijken naar haar. Ik zie alles ondersteboven, en mijn gedachten zijn het tegenovergestelde van de waarheid. Ik zie de wereld als een gevangenis voor Gods Zoon. Het moet zo zijn, dan, dat de wereld werkelijk een plaats is waar hij kan worden bevrijd. Ik wil de wereld zien zoals zij is, en haar zien als een plaats waar de Zoon van God zijn vrijheid vindt.
- Ik zou vrede kunnen zien in plaats hiervan.
Wanneer ik de wereld zie als een plaats van vrijheid, besef ik dat zij de wetten van God reflecteert in plaats van de regels die ik voor haar heb bedacht om te gehoorzamen. Ik zal begrijpen dat vrede, niet oorlog, erin verblijft. En ik zal waarnemen dat vrede eveneens verblijft in de harten van allen die deze plaats met mij delen.
- Mijn geest is deel van Gods. Ik ben zeer heilig.
Wanneer ik de vrede van de wereld met mijn broeders deel, begin ik te begrijpen dat deze vrede van diep in mijzelf komt. De wereld die ik aanschouw heeft het licht van mijn vergeving aangenomen, en straalt vergeving naar mij terug. In dit licht, begin ik te zien wat mijn illusies over mijzelf verborgen hielden. Ik begin de heiligheid te begrijpen van al wat leeft mijzelf inbegrepen, en hun eenheid met mij.

- Mijn heiligheid omvat alles wat ik zie.
Van mijn heiligheid komt de waarneming van de werkelijke wereld. Nu ik heb vergeven, zie ik mijzelf niet langer als schuldig. Ik kan de onschuld die de waarheid over mij is aanvaarden. Gezien door begrijpende ogen is de heiligheid van de wereld alles wat ik zie, want ik kan alleen de gedachten afbeelden die ik over mijzelf heb.
- Mijn heiligheid zegent de wereld.
De waarneming van mijn heiligheid zegent niet alleen mij. Iedereen en alles wat ik in haar licht zie, deelt in de vreugde die zij mij brengt. Er is niets wat los staat van deze vreugde, want er is niets wat niet in mijn heiligheid deelt. Zoals ik mijn heiligheid herken, zo straalt de heiligheid voort vanuit de wereld, voor iedereen zichtbaar.
- Er is niets wat mijn heiligheid niet kan doen.
Mijn heiligheid is onbegrensd in haar kracht om te helen, omdat zij onbegrensd is in haar kracht om te verlossen. Wat is er om van verlost te worden behalve illusies? En wat zijn alle illusies behalve valse ideeën over mijzelf? Mijn heiligheid maakt hen allen ongedaan door de waarheid over mijzelf te verklaren. In de aanwezigheid van mijn heiligheid, die ik met God Zelf deel, verdwijnen alle idolen.
- Mijn heiligheid is mijn verlossing.
Daar mijn heiligheid mij van alle schuld verlost, is het herkennen van mijn heiligheid het herkennen van mijn verlossing. Het is tevens het herkennen van de verlossing van de wereld. Wanneer ik eenmaal mijn heiligheid heb aanvaard, kan niets mij bang maken. En omdat ik niet bang ben, moet iedereen in mijn begrip delen, wat het geschenk van God is aan mij en aan de wereld.
- Ik ben gezegend als een Zoon van God.
Hierin ligt mijn aanspraak op al het goede en alleen het goede. Ik ben gezegend als een Zoon van God. Al het goede is van mij, omdat God hen voor mij heeft bedoeld. Ik kan geen verlies of ontbering of pijn lijden vanwege Wie ik ben. Mijn Vader steunt mij, beschermt mij, en leidt mij in alles. Zijn zorg voor mij is oneindig, en is voor altijd bij mij. Ik ben voor eeuwig gezegend als Zijn Zoon.

- God gaat met mij, waar ik ook ga.
Hoe kan ik alleen zijn, wanneer God altijd met mij gaat? Hoe kan ik vol twijfel zijn en onzeker over mezelf, wanneer volmaakte zekerheid in Hem verblijft? Hoe kan ik door iets worden verstoord wanneer Hij in absolute vrede in mij rust? Hoe kan ik lijden, wanneer liefde en vreugde mij door Hem omringen? Laat mij geen illusies over mezelf koesteren. Ik ben volmaakt, omdat God met mij gaat, waar ik ook ga.
- God is mijn Kracht. Visie is Zijn Geschenk.
Laat mij vandaag niet op mijn eigen ogen vertrouwen om te zien. Laat mij bereid zijn om mijn meelijwekkende illusie van zien te verruilen voor de visie die door God is gegeven. De visie van Christus is Zijn geschenk, en Hij heeft het aan mij gegeven. Laat mij vandaag een beroep op dit geschenk doen, zodat deze dag mij mag helpen eeuwigheid te begrijpen.
- God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien.
Ik kan zien wat God wil dat ik zie. Ik kan niets anders zien. Voorbij Zijn Wil liggen enkel illusies. Het zijn deze die ik kies wanneer ik denk dat ik los van Hem kan zien. Het zijn deze die ik kies wanneer ik door de ogen van het lichaam probeer te zien. Echter de visie van Christus is mij gegeven om die te vervangen. Het is door deze visie dat ik verkies te zien.
- God is het licht waarin ik zie.
Ik kan in duisternis niet zien. God is het enige licht. Daarom, als het de bedoeling is dat ik zie, moet het door Hem zijn. Ik heb geprobeerd te bepalen wat zien is, en ik heb het mis gehad. Nu is het mij gegeven te begrijpen dat God het Licht is waarin ik zie. Laat mij visie verwelkomen en de gelukkige wereld die zij mij zal tonen.
- God is de Geest waarmee ik denk.
Ik heb geen gedachten die ik niet met God deel. Ik heb geen gedachten los van Hem, omdat ik geen geest los van Hem heb. Als deel van Zijn Geest, zijn mijn gedachten de Zijne en Zijn gedachten de mijne.

- God is de Liefde waarin ik vergeef.
God vergeeft niet omdat Hij nooit heeft veroordeeld. De schuldelozen kunnen niet beschuldigen, en zij die hun onschuld hebben aanvaard, zien niets om te vergeven. Toch is vergeving het middel waardoor ik mijn onschuld zal herkennen. Het is de reflectie van Gods Liefde op aarde. Het zal mij dicht genoeg naar de Hemel brengen, dat de Liefde van God naar mij neer kan reiken en mij naar mijn thuis kan opheffen.
- God is de Kracht waarin ik vertrouw.
Het is niet mijn eigen kracht waarmee ik vergeef. Het is door de kracht van God in mij, die ik mij herinner wanneer ik vergeef. Wanneer ik begin te zien, herken ik Zijn weerspiegeling op aarde. Ik vergeef alles, omdat ik de opwinding van Zijn kracht in mij voel. En ik begin mij de Liefde te herinneren, die ik verkoos te vergeten, maar Die mij, niet heeft vergeten.
- Er is niets te vrezen.
Hoe veilig zal de wereld er voor mij uitzien wanneer ik haar kan zien! Zij zal in het geheel niet lijken op wat ik mij nu verbeeld te zien. Iedereen en alles wat ik zie, zal zich naar mij toe buigen om mij te zegenen. Ik zal in iedereen mijn dierbaarste Vriend herkennen. Wat valt er te vrezen in een wereld die ik heb vergeven, en die mij heeft vergeven?
- Gods Stem spreekt de hele dag door tot mij.
Er is geen moment waarin Gods Stem ophoudt een beroep op mijn vergeving te doen om mij te verlossen. Er is geen moment waarop Zijn Stem nalaat mijn gedachten te richten, mijn handelingen te sturen, en mijn voeten te leiden. Ik wandel standvastig naar de waarheid toe. Ik kan nergens anders heen, want Gods stem is de enige stem en de enige gids die aan Zijn Zoon is gegeven.
- Ik word door de Liefde van God onderhouden.
Wanneer ik luister naar Gods Stem, word ik door Zijn Liefde onderhouden. Wanneer ik mijn ogen open, verlicht Zijn Liefde de wereld zodat ik kan zien. Wanneer ik vergeef, herinnert Zijn Liefde mij dat Zijn Zoon zondeloos is. En wanneer ik de wereld aanschouw met de visie die Hij mij heeft gegeven, herinner ik mij dat ik Zijn Zoon ben.

TOP